Amersfoort 1530

Amersfoort 1530

Het project

In Amersfoort staan enkele zeer fraaie laatgotische gevels. Ik was er al vaker langs gelopen. Toen de vroonhoeve klaar was besloot ik ze na te bouwen. 

In de eerste plaats was dat het Mandaatshuisje, tegenwoordig café Onder de Linden aan de Groenmarkt. Vervolgens het Kapelhuis aan de Krankeledenstraat. Deze twee huizen hebben zeer karakteristieke gevels met enkele grote trappen. Dit soort gevels zie je niet vaak in oude steden, maar volgens Albert van Engelenhoven in “Middeleeuwse huizen in Amersfoort” zijn er veel van dergelijke gevels in Amersfoort geweest. Hij schrijft: “Deze gevels zijn late voorbeelden van een model dat eeuwenlang in gebruik is geweest: de zogenaamde nissengevels.” De stadsbrand van 1520 had heel veel gebouwen vernield. “De wederopbouw leverde veel lage huizen op met gevarieerde nissentopgevels. Het Kapelhuis en het Mandaatshuisje, beide van kort na 1520 zijn twee van deze huizen.” De overige huizen van dit type zijn helaas niet bewaard gebleven.

Deze gegevens inspireerden mij om in een project een impressie te geven van het straatbeeld rond 1530. Om het geheel compleet te maken, bouwde ik daarbij het dubbele woonhuis Lieve Vrouwestraat 6/8, dat uit dezelfde tijd dateert.

In dit project heb ik niet alles precies zo gebouwd als het nu in Amersfoort te zien is. Om creatieve en historische redenen ben ik soms van de huidige situatie afgeweken. Uit creatief oogpunt heb ik het dak van de huizen in de Lieve Vrouwestraat 180  ̊ gedraaid. In de compositie van het geheel past de trapgevel beter achteraan en het wolfsdak vooraan. Uit historisch oogpunt veranderde ik de ramen van de zijgevel van het Mandaatshuisje aan de Papenhofstede in middeleeuwse kruisramen. Verder zijn de beide zijgevels aan de Appelmarkt van oorsprong niet middeleeuws. Deze gevels heb ik een ouder uiterlijk gegeven. Op de hoek staat een korfbooggevel, waarvan de bogen boven de nissen op de verdieping niet spits of rond, maar enigszins gedrukt zijn. Het huis daarnaast heeft een traditionele houten gevel. Deze beide geveltypen komen nu niet meer voor in Amersfoort, maar volgens Van Engelenhoven zijn er vroeger veel van dit soort huizen geweest.

Mandaatshuisje

Het Mandaatshuisje, ook bekend als “Onder de Linden” , aan de Groenmarkt achter de Sint-Joriskerk, is dus een van de oudste huizen in Amersfoort. Het huis is gebouwd van baksteen en heeft een laatgotische trapgevel waarvan het bovendeel in drieën is gedeeld door een opzetstuk in het midden. Links en rechts van het middenstuk zitten blinde ramen die door profielstenen ommetseld zijn. Zowel het hoge middenstuk als het lagere deel wordt aan weerszijden afgesloten door overhoekse pinakels.   

Mandaat

In 1317 werd het gebied waar nu de Groenmarkt, de Appelmarkt en de Papenhofstede zich bevinden toegevoegd aan de pastoorsgoederen van de Sint-Joriskerk. Hierdoor viel het als ‘immuniteit’ onder de kerkelijke rechtspraak. Door dit mandaat of montade had de stedelijke rechtspraak er geen zeggenschap. Vervolgden konden er een heenkomen zoeken en waren veilig voor schout en schepenen. Ook was het gebied vrijgesteld van gemeentelijke belastingen.

Kanunniken

In 1337 verbond bisschop Jan van Diest een kapittel aan de Sint-Joriskerk. Een kapittel is een college van geestelijken, verbonden aan een belangrijke kerk of kathedraal. In Amersfoort bestond dit college uit tien kanunniken. Kanunniken hadden als belangrijkste taak het verzorgen van de acht dagelijkse getijdenvieringen in het koor van de kerk. Verder baden zij voor de zielen van de overledenen en leverden ze de pastoor die de zielszorg in Amersfoort uitoefende. De kanunniken hadden een sleutelrol in het plaatselijke religieuze leven, zowel door hun taken binnen de kerk als door de rechten die zij in de stad bezaten. Stichters van kapellen en kloosters bijvoorbeeld, hadden hun instemming nodig. Een college van kanunniken wordt kapittel genoemd omdat tijdens bijeenkomsten in de kapittelzaal een kapittel of hoofdstuk uit de Bijbel werd gelezen. Anders dan monniken leefden deze geestelijken niet bij elkaar in een klooster, maar in aparte huisjes in de omgeving van de kerk waar ze aan verbonden waren. In Amersfoort stonden deze kanunnikenhuizen in het mandaatgebied, dat daarom ook wel de Papenhofstede genoemd werd. Later ging de naam van het gebied over naar de straat die er door loopt. In 1520 werden de kapittelgebouwen door een grote brand verwoest. Eén van de huizen die daarna door de kanunniken herbouwd werden, is het Mandaatshuisje.

https://images.memorix.nl/gam/thumb/mediabank-horizontal/d2481e7c-648a-cf70-881d-8e38dd26f797.jpg

Kapelhuis

Het kapelhuis op de hoek van de Krankeledenstraat en het Lieve Vrouwekerkhof heeft evenals het Mandaatshuisje een laatgotische trapgevel. De drie trappen in de geveltop worden geflankeerd door overhoekse pinakels met zandstenen kruisbloemen. De gevel heeft enkele blindnissen die opgevuld zijn met siermetselwerk. Het huis is in 1521 gebouwd door de Broederschap van Onze-Lieve-Vrouw. In de loop van de eeuwen is het pand sterk in verval geraakt. Door twee ingrijpende restauraties in 1905 en 1940 is het gebouw weer teruggebracht in de vermoedelijk oorspronkelijke situatie. De geschiedenis van het Kapelhuis begint 77 jaar vóór de bouw van het huis, namelijk bij het Mirakel van Amersfoort.  

Het Mirakel van Amersfoort

In december 1444 was Geertgen Arents uit Nijkerk op weg naar Amersfoort om in te treden in het Sint Agnietenklooster. In een plunjezak droeg ze wat schamele bezittingen die aantoonden dat bij haar thuis in Nijkerk armoede werd geleden. Geertgen schaamde zich vooral voor het goedkope Mariabeeldje dat ze bij zich had. Het beeldje was ontstaan uit een mal, gevuld met goedkope pijpaarde, een ‘massaproduct’ uit de middeleeuwen dat via markten en marskramers zijn weg vond naar de huize van de gelovigen. Uit vrees dat de kloosterzusters op haar neer zouden kijken, nam ze een vreselijk besluit: Ze gooide de beeltenis van Maria de moeder van Jezus oneerbiedig in het water van de gracht bij de Kamperbuitenpoort. Dat was op de plek waar tegenwoordig de Kamp uitkomt bij de Scheltussingel. Enkele dagen later kreeg Griet Albert Ghisen drie keer in een droom een opdracht van Maria om het beeldje uit de gracht te halen. Na de derde keer durfde ze het niet meer uit te stellen. Ze ging de poort uit naar de plek waar men doorgaans water putte. Door de vorst lag er een laag ijs op de gracht. Daar vond zij het beeldje “dat onder dat ijs was verborgen, ‘twelck met de stroom nijet wech en dreeff, nochte oock nijet te gronde en ginck, maer in dat lopende water bleef stil ende onbeweechlick staen.”  Zo vertelt ons de Agnietenkroniek. Ze brak het ijs en haalde het beeldje uit het water. Ze plaatste het beeldje bij haar thuis en stak er een kaars voor aan die driemaal langer brandde dan normaal. Dit vertelde zij aan haar biechtvader die haar het beeldje op Kerstavond bij hem thuis liet brengen, ”in welcken huijse oock des selven nachts ende des anderen daechs merckelicke mirakelen geschied sijn.” Deze biechtvader was de karmeliet Jan van Schoonhoven. Hij bracht het beeldje naar de Onze-Lieve-Vrouwekapel. Ook daar gebeurden allerlei mirakelen. Blinden die er kwamen bidden konden weer zien, zieken vonden genezing. In het zogenaamde ‘Mirakelboek’ zijn c.a. 550 wonderen opgetekend die in de loop van een eeuw aan het beeldje toegeschreven werden.

Pelgrims

De geruchten over de wonderen verspreidden zich snel. Pelgrims kwamen bij duizenden naar Amersfoort. De stad werd bekend tot buiten de landsgrenzen. De dankbare bedevaartgangers vulden het offerblok met hun gulle gaven.  Omstreeks 1460 werd de Onze-Lieve-Vrouwekapel vergroot. Er kwam zoveel geld binnen dat tegelijkertijd begonnen werd met de bouw van de Onze-Lieve-Vrouwetoren. Gelukkig stond de toren los van de kapel, want toen in 1787 de kapel door een explosie verwoest werd, bleef de toren gespaard. In 1445 werd de Broederschap van Onze-Lieve-Vrouw opgericht, die het beheer kreeg over de Onze-Lieve-Vrouwekapel en de bijbehorende goederen. Zij organiseerden ook de diensten in de kapel voor de vele pelgrims. Het Kapelhuis dat in 1521 gebouwd werd, was de vergaderplaats van de broederschap. Ook de naam van de Krankeledenstraat herinnert aan de gebeurtenissen in de 15e eeuw. Voor met name ziekten van de ledematen (kranke leden) zou een pelgrimstocht naar Amersfoort baat brengen.

Lieve Vrouwestraat 6,8

Over de geschiedenis van Lieve Vrouwestraat 6,8 is niet veel bekend. Een bordje aan de gevel vermeldt dat dit huis gebouwd is rond 1525. Het was een eenvoudig woonhuis, of beter gezegd twee woonhuizen onder één kap. De bewoners moesten zich daardoor wel tevreden stellen met een zeer beperkte woonruimte. Het is een dwarshuis, dat wil zeggen dat de nokrichting evenwijdig aan de straat loopt, zodat de lange gevel naar de straat gekeerd is. Het bijzondere van dit huis is dat het een houten gevel heeft. Van de vele houten gevels die er in Amersfoort geweest zijn, is dit volgens Albert van Engelenhoven het enige bewaard gebleven exemplaar. Tussen de onderpui en de goot is de ver overstekende gevel met houten beschot bekleed. De onderpui is ook bijzonder, het stijl- en regelwerk is opgevuld met ramen en met metselwerk, waardoor een vakwerkwand ontstaan is. Opvallend is de rode kleur van het houtwerk, het zogenaamde ossenbloedrood. Verschillende bronnen melden dat er in de middeleeuwen echt ossenbloed op kozijnen en luiken werd gesmeerd. Het is echter niet zeker of deze bewering klopt. Wel zeker is dat er vanaf de 15e eeuw sprake is van een verfkleur met de naam ‘Ossenbloedrood’. Dat bestond vooral uit een pigment op basis van ijzeroxiden. Dit pigment werd verkregen als nevenproduct bij de bereiding van zwavelzuur. Ook ijzermenie bevat dit pigment. Ossenbloedrood was in het verleden een veel gebruikte kleur, zowel bij boerderijen vooral in het oosten van ons land, als ook bij huizen in de stad, zoals het huis in de Lieve Vrouwestraat. 

Het model

Tenslotte, na ruim anderhalf jaar werken is dit het resultaat.

Meer foto’s zijn te vinden in het fotoalbum.